Hoe India’s spirituele traditie grenzen overstijgt en ook in andere werelden betekenis krijgt

Prof. Pushpita Awasthi
Waar begint een mens eigenlijk?
Bij zijn geboorte, in het land waar hij ter wereld komt, in de familie waarin hij opgroeit? Of misschien op een veel moeilijker te benoemen moment, wanneer iets van buitenaf ineens vertrouwd voelt?
Sommige ervaringen laten zich niet meteen verklaren. Je neemt ze mee en pas later begrijp je wat ze met je hebben gedaan.
Dat gebeurde mij ooit in een Nederlands ziekenhuis.
Een vrouw naast mijn bed stelde zich voor met slechts drie woorden:
‘Ik ben Sita.’
Ze was Nederlandse. Haar taal, achtergrond en levensverhaal waren anders dan het mijne. Toch deed haar naam iets met me. Plotseling voelde die onbekende omgeving minder ver weg.
Het zette me aan het denken over de manier waarop tradities zich over de wereld verspreiden. Mensen kunnen duizenden kilometers van elkaar vandaan wonen, maar een verhaal, een naam of een spirituele praktijk kan soms een verrassend directe verbinding creëren.
Dat is misschien ook wat er gebeurt met Sanatan.
Sanatan is voor mij niet alleen verbonden met tempels, rituelen of heilige teksten. Het gaat ook over een manier van kijken naar het leven: de zoektocht naar waarheid, mededogen, dienstbaarheid, zelfkennis en innerlijke rust.
Juist daarom kan zo’n traditie in een andere omgeving nieuwe betekenis krijgen.
Yoga wordt in Rusland beoefend. In Nederland hebben meditatie en verschillende hindoeïstische tradities hun eigen plaats gevonden. En mensen die nooit in India zijn geboren, kunnen een diepe persoonlijke band ontwikkelen met een symbool als Om.
Daar gaat het uiteindelijk om:
niet alleen wat een cultuur overdraagt, maar wat ervan in het leven van een ander mens gaat leven.

Van Rusland naar Nederland
Olga Uchenik geeft sinds 2005 Kundalini-yoga in Rusland. Haar leerlingen komen uit verschillende landen. Naast yoga houdt zij zich bezig met Indiase tradities als Vastu, astrologie en Panchakarma.
Ook in Nederland zijn er initiatieven waarin yoga, meditatie, hindoeïstische filosofie en bewustwording samenkomen. Via de Mohan Foundation worden hierover bijeenkomsten en workshops georganiseerd. Bharati heeft daarnaast boeken gepubliceerd in het Engels en Nederlands, waaronder Mohanam en Mast.
Wat mij daarin opvalt, is hoe iets dat aanvankelijk als kennis of belangstelling begint, langzaam onderdeel kan worden van iemands dagelijks leven.
Je leest over een traditie.
Je probeert haar uit.
Je blijft ermee bezig.
En op een gegeven moment verandert ze misschien de manier waarop je naar jezelf en de wereld kijkt.
Daar begint voor mij de echte betekenis van spiritualiteit.

Shiva aan de Noordzee
Aan de Nederlandse kust, bij het huis van Kumhar Ji, wordt al jarenlang Shirdi Sai Baba vereerd.
Op hetzelfde terrein staat een grote Shiva-lingam, die door een toegewijde is geplaatst.
De plek heeft iets bijzonders. De lingam staat met de zee op de achtergrond. Op het voorhoofd is een sandelhouten teken aangebracht en voortdurend stroomt er water overheen.
Elke maandag komen Nederlandse gelovigen samen voor een Rudrabhishek. Ze zingen en reciteren Sanskrietmantra’s en nemen samen deel aan de ceremonie.
Voor mij was dat een onverwacht vertrouwd beeld.
Ik moest denken aan Ujjain en Mahakaleshwar, aan de Bhasma Aarti en aan mijn jeugd en jonge jaren in Kashi. Aan de keren dat ik Gangeswater, bloemen en belpatra aan Baba Vishwanath offerde.
Ik stond nu duizenden kilometers verderop.
Toch voelde de sfeer niet vreemd.
Wat me misschien nog het meest raakte, was de eenvoud van de plek.
Er staat geen donatiebox.
Niemand vraagt om geld.
De priester, Kanhaiya Ji — hier ook bekend als Boss Ji — loopt tussen de aanwezigen, leidt de recitatie en verzorgt de aarti.
Na afloop brengt hij de heilige as van de abhishek aan op het voorhoofd van de aanwezigen. Het voedsel en de andere offers die mensen meebrengen, worden later als prasad met iedereen gedeeld.
Zijn vrouw Carla, die inmiddels ook Sarla wordt genoemd, deelt ijs uit als prasad.
Daarna blijven mensen vaak nog lang zitten. Met een kop thee of koffie praten ze met elkaar over van alles: geloof, het leven en gewone dagelijkse zaken.
Misschien is juist die combinatie zo bijzonder. Het religieuze leven staat hier niet los van het gewone leven.
Na de aarti legde ik uit gewoonte enkele euro’s neer. De priester gaf ze vriendelijk terug.
Toen ik zijn voeten wilde aanraken, hield hij me tegen en legde beide handen op mijn schouders.
Hij zei:
‘Dat u hier bent, is al een zegen voor deze tempel.’
Die eenvoudige woorden raakten me.
Misschien is een tempel niet in de eerste plaats een plek waar je iets komt geven. Misschien is het een plek waar je leert om iets van jezelf los te laten: trots, ego, angst of de behoefte om erkenning te krijgen.
Die avond aan de Noordzee voelde Shiva voor mij ineens heel dichtbij.
Niet omdat de omgeving op India leek, maar juist omdat dat niet nodig bleek te zijn.
Sita en Mithila
Mohan Ji en Gopal Ji hebben verschillende Nederlandse zoekers een naam uit de Indiase traditie gegeven.
Een van die namen is Sita.
De vrouw die ik in het ziekenhuis ontmoette, was bijna tachtig jaar oud. Mohan Ji had haar de naam Sita gegeven. Zelf had zij haar huis Mithila genoemd.
Voor een Indiase vrouw roept zo’n naam onmiddellijk een hele wereld op.
Sita staat voor mij voor waardigheid, trouw, moed, geduld en innerlijke kracht. Mithila verwijst naar de streek en de cultuur die nauw met haar verhaal verbonden zijn.
Voor deze Nederlandse vrouw waren het geen namen uit haar jeugd. Toch hadden ze voor haar een persoonlijke betekenis gekregen.
Dat vond ik bijzonder.
Een naam kan meer zijn dan een naam. Soms wordt hij een manier om je met een andere traditie te verbinden.
Soms begint een culturele ontmoeting met één enkel woord.
Wanneer Om onderdeel wordt van je leven
Natasha, die zich inzet voor ouderen en ook bekendstaat als Chiku Ji, draagt voortdurend een Om-hanger.
Ze vertelde me:
‘Mijn adem en mijn leven worden gedragen door de eeuwige kracht van Om.’
Voor haar is Om duidelijk meer dan een religieus symbool.
Het is verbonden met haar adem, haar dagelijks leven en haar manier van kijken naar de wereld.
Dat vind ik misschien wel het interessantste aan spiritualiteit: een symbool krijgt pas echt betekenis wanneer het onderdeel wordt van je eigen leven.
Dan blijft het niet aan de buitenkant.
Het krijgt een plek vanbinnen.
Waar geloof werkelijk zichtbaar wordt
Deze ontmoetingen hebben me ook opnieuw laten nadenken over de betekenis van geloof.
Een religieuze praktijk kun je zien. Karakter zie je pas in de manier waarop iemand leeft.
Een tempel bezoeken is gemakkelijk. Een mantra reciteren ook.
De echte uitdaging begint daarna.
Kun je eerlijk blijven wanneer niemand kijkt?
Kun je iets voor een ander doen zonder daar iets voor terug te verwachten?
Kun je je eigen trots soms opzijzetten?
En kun je proberen om de waarden waarin je gelooft ook buiten de tempel waar te maken?
Voor mij ligt daar de werkelijke betekenis van spiritualiteit.
Wat je steeds opnieuw doet, wordt een gewoonte. Een gewoonte kan je karakter vormen. En uiteindelijk bepaalt dat karakter hoe je in het leven staat.
Daarom is Sita voor mij meer dan een naam. Ze staat voor waarden die ook vandaag betekenis hebben.
Om is meer dan een klank wanneer het deel wordt van je innerlijke leven.
En Shiva is meer dan een beeld wanneer geloof zichtbaar wordt in hoe iemand leeft.
Daarin ligt voor mij een belangrijke betekenis van Sanatan.
Heeft de ziel een nationaliteit?
Er is één vraag die na al deze ontmoetingen bij me blijft:
Heeft de ziel eigenlijk een nationaliteit?
Ik weet het niet.
Een mens kan geboren zijn in India, Nederland, Rusland of waar dan ook. De behoefte aan waarheid, liefde, mededogen, dienstbaarheid en zelfkennis is echter niet aan een paspoort gebonden.
Misschien is dat ook waarom spirituele tradities grenzen kunnen oversteken.
Niet alleen via boeken en tempels, maar vooral via mensen.
Via ontmoetingen.
Via een naam.
Via een gebaar.
Via een gesprek.
En soms via een ervaring die je onverwacht bijblijft.
Misschien is de belangrijkste reis van een cultuur daarom niet de reis van haar mensen over de wereld, maar de reis van haar waarden naar het leven van anderen.
Dat is wat ik aan de Noordzee heb ervaren.
De wortels van Sanatan liggen in India. Maar de vragen die het oproept, zijn niet alleen Indiaas.
Ze gaan over de mens.
Over hoe we willen leven.
Over wat we belangrijk vinden.
Over de zoektocht naar waarheid en innerlijke rust.
De oorsprong is Indiaas.
De menselijke zoektocht is universeel.
En misschien ligt daar uiteindelijk de kracht van Sanatan:
niet in de grenzen van een land,
maar in wat een mens ermee doet.
Misschien is de diepste plaats waar Sanatan kan wonen niet een tempel, maar de menselijke ziel.
Waar Sanatan de ziel raakt
Hoe India’s spirituele traditie grenzen overstijgt en ook in andere werelden betekenis krijgt
Prof. Pushpita Awasthi
Waar begint een mens eigenlijk?
Bij zijn geboorte, in het land waar hij ter wereld komt, in de familie waarin hij opgroeit? Of misschien op een veel moeilijker te benoemen moment, wanneer iets van buitenaf ineens vertrouwd voelt?
Sommige ervaringen laten zich niet meteen verklaren. Je neemt ze mee en pas later begrijp je wat ze met je hebben gedaan.
Dat gebeurde mij ooit in een Nederlands ziekenhuis.
Een vrouw naast mijn bed stelde zich voor met slechts drie woorden:
‘Ik ben Sita.’
Ze was Nederlandse. Haar taal, achtergrond en levensverhaal waren anders dan het mijne. Toch deed haar naam iets met me. Plotseling voelde die onbekende omgeving minder ver weg.
Het zette me aan het denken over de manier waarop tradities zich over de wereld verspreiden. Mensen kunnen duizenden kilometers van elkaar vandaan wonen, maar een verhaal, een naam of een spirituele praktijk kan soms een verrassend directe verbinding creëren.
Dat is misschien ook wat er gebeurt met Sanatan.
Sanatan is voor mij niet alleen verbonden met tempels, rituelen of heilige teksten. Het gaat ook over een manier van kijken naar het leven: de zoektocht naar waarheid, mededogen, dienstbaarheid, zelfkennis en innerlijke rust.
Juist daarom kan zo’n traditie in een andere omgeving nieuwe betekenis krijgen.
Yoga wordt in Rusland beoefend. In Nederland hebben meditatie en verschillende hindoeïstische tradities hun eigen plaats gevonden. En mensen die nooit in India zijn geboren, kunnen een diepe persoonlijke band ontwikkelen met een symbool als Om.
Daar gaat het uiteindelijk om:
niet alleen wat een cultuur overdraagt, maar wat ervan in het leven van een ander mens gaat leven.
Van Rusland naar Nederland
Olga Uchenik geeft sinds 2005 Kundalini-yoga in Rusland. Haar leerlingen komen uit verschillende landen. Naast yoga houdt zij zich bezig met Indiase tradities als Vastu, astrologie en Panchakarma.
Ook in Nederland zijn er initiatieven waarin yoga, meditatie, hindoeïstische filosofie en bewustwording samenkomen. Via de Mohan Foundation worden hierover bijeenkomsten en workshops georganiseerd. Bharati heeft daarnaast boeken gepubliceerd in het Engels en Nederlands, waaronder Mohanam en Mast.
Wat mij daarin opvalt, is hoe iets dat aanvankelijk als kennis of belangstelling begint, langzaam onderdeel kan worden van iemands dagelijks leven.
Je leest over een traditie.
Je probeert haar uit.
Je blijft ermee bezig.
En op een gegeven moment verandert ze misschien de manier waarop je naar jezelf en de wereld kijkt.
Daar begint voor mij de echte betekenis van spiritualiteit.
Shiva aan de Noordzee
Aan de Nederlandse kust, bij het huis van Kumhar Ji, wordt al jarenlang Shirdi Sai Baba vereerd.
Op hetzelfde terrein staat een grote Shiva-lingam, die door een toegewijde is geplaatst.
De plek heeft iets bijzonders. De lingam staat met de zee op de achtergrond. Op het voorhoofd is een sandelhouten teken aangebracht en voortdurend stroomt er water overheen.
Elke maandag komen Nederlandse gelovigen samen voor een Rudrabhishek. Ze zingen en reciteren Sanskrietmantra’s en nemen samen deel aan de ceremonie.
Voor mij was dat een onverwacht vertrouwd beeld.
Ik moest denken aan Ujjain en Mahakaleshwar, aan de Bhasma Aarti en aan mijn jeugd en jonge jaren in Kashi. Aan de keren dat ik Gangeswater, bloemen en belpatra aan Baba Vishwanath offerde.
Ik stond nu duizenden kilometers verderop.
Toch voelde de sfeer niet vreemd.
Wat me misschien nog het meest raakte, was de eenvoud van de plek.
Er staat geen donatiebox.
Niemand vraagt om geld.
De priester, Kanhaiya Ji — hier ook bekend als Boss Ji — loopt tussen de aanwezigen, leidt de recitatie en verzorgt de aarti.
Na afloop brengt hij de heilige as van de abhishek aan op het voorhoofd van de aanwezigen. Het voedsel en de andere offers die mensen meebrengen, worden later als prasad met iedereen gedeeld.
Zijn vrouw Carla, die inmiddels ook Sarla wordt genoemd, deelt ijs uit als prasad.
Daarna blijven mensen vaak nog lang zitten. Met een kop thee of koffie praten ze met elkaar over van alles: geloof, het leven en gewone dagelijkse zaken.
Misschien is juist die combinatie zo bijzonder. Het religieuze leven staat hier niet los van het gewone leven.
Na de aarti legde ik uit gewoonte enkele euro’s neer. De priester gaf ze vriendelijk terug.
Toen ik zijn voeten wilde aanraken, hield hij me tegen en legde beide handen op mijn schouders.
Hij zei:
‘Dat u hier bent, is al een zegen voor deze tempel.’
Die eenvoudige woorden raakten me.
Misschien is een tempel niet in de eerste plaats een plek waar je iets komt geven. Misschien is het een plek waar je leert om iets van jezelf los te laten: trots, ego, angst of de behoefte om erkenning te krijgen.
Die avond aan de Noordzee voelde Shiva voor mij ineens heel dichtbij.
Niet omdat de omgeving op India leek, maar juist omdat dat niet nodig bleek te zijn.
Sita en Mithila
Mohan Ji en Gopal Ji hebben verschillende Nederlandse zoekers een naam uit de Indiase traditie gegeven.
Een van die namen is Sita.
De vrouw die ik in het ziekenhuis ontmoette, was bijna tachtig jaar oud. Mohan Ji had haar de naam Sita gegeven. Zelf had zij haar huis Mithila genoemd.
Voor een Indiase vrouw roept zo’n naam onmiddellijk een hele wereld op.
Sita staat voor mij voor waardigheid, trouw, moed, geduld en innerlijke kracht. Mithila verwijst naar de streek en de cultuur die nauw met haar verhaal verbonden zijn.
Voor deze Nederlandse vrouw waren het geen namen uit haar jeugd. Toch hadden ze voor haar een persoonlijke betekenis gekregen.
Dat vond ik bijzonder.
Een naam kan meer zijn dan een naam. Soms wordt hij een manier om je met een andere traditie te verbinden.
Soms begint een culturele ontmoeting met één enkel woord.
Wanneer Om onderdeel wordt van je leven
Natasha, die zich inzet voor ouderen en ook bekendstaat als Chiku Ji, draagt voortdurend een Om-hanger.
Ze vertelde me:
‘Mijn adem en mijn leven worden gedragen door de eeuwige kracht van Om.’
Voor haar is Om duidelijk meer dan een religieus symbool.
Het is verbonden met haar adem, haar dagelijks leven en haar manier van kijken naar de wereld.
Dat vind ik misschien wel het interessantste aan spiritualiteit: een symbool krijgt pas echt betekenis wanneer het onderdeel wordt van je eigen leven.
Dan blijft het niet aan de buitenkant.
Het krijgt een plek vanbinnen.
Waar geloof werkelijk zichtbaar wordt
Deze ontmoetingen hebben me ook opnieuw laten nadenken over de betekenis van geloof.
Een religieuze praktijk kun je zien. Karakter zie je pas in de manier waarop iemand leeft.
Een tempel bezoeken is gemakkelijk. Een mantra reciteren ook.
De echte uitdaging begint daarna.
Kun je eerlijk blijven wanneer niemand kijkt?
Kun je iets voor een ander doen zonder daar iets voor terug te verwachten?
Kun je je eigen trots soms opzijzetten?
En kun je proberen om de waarden waarin je gelooft ook buiten de tempel waar te maken?
Voor mij ligt daar de werkelijke betekenis van spiritualiteit.
Wat je steeds opnieuw doet, wordt een gewoonte. Een gewoonte kan je karakter vormen. En uiteindelijk bepaalt dat karakter hoe je in het leven staat.
Daarom is Sita voor mij meer dan een naam. Ze staat voor waarden die ook vandaag betekenis hebben.
Om is meer dan een klank wanneer het deel wordt van je innerlijke leven.
En Shiva is meer dan een beeld wanneer geloof zichtbaar wordt in hoe iemand leeft.
Daarin ligt voor mij een belangrijke betekenis van Sanatan.
Heeft de ziel een nationaliteit?
Er is één vraag die na al deze ontmoetingen bij me blijft:
Heeft de ziel eigenlijk een nationaliteit?
Ik weet het niet.
Een mens kan geboren zijn in India, Nederland, Rusland of waar dan ook. De behoefte aan waarheid, liefde, mededogen, dienstbaarheid en zelfkennis is echter niet aan een paspoort gebonden.
Misschien is dat ook waarom spirituele tradities grenzen kunnen oversteken.
Niet alleen via boeken en tempels, maar vooral via mensen.
Via ontmoetingen.
Via een naam.
Via een gebaar.
Via een gesprek.
En soms via een ervaring die je onverwacht bijblijft.
Misschien is de belangrijkste reis van een cultuur daarom niet de reis van haar mensen over de wereld, maar de reis van haar waarden naar het leven van anderen.
Dat is wat ik aan de Noordzee heb ervaren.
De wortels van Sanatan liggen in India. Maar de vragen die het oproept, zijn niet alleen Indiaas.
Ze gaan over de mens.
Over hoe we willen leven.
Over wat we belangrijk vinden.
Over de zoektocht naar waarheid en innerlijke rust.
De oorsprong is Indiaas.
De menselijke zoektocht is universeel.
En misschien ligt daar uiteindelijk de kracht van Sanatan:
niet in de grenzen van een land,
maar in wat een mens ermee doet.
Misschien is de diepste plaats waar Sanatan kan wonen niet een tempel, maar de menselijke ziel.